Oliebollen

Onderstaand recept is ongeveer goed voor 25 oliebollen (afhankelijk van het formaat) en de vulling kun je uiteraard naar wens aanpassen.

  • 1 ei
  • 500 gram bloem
  • 500 ml melk
  • 1 theelepel zout
  • 1 theelepel suiker
  • 1 theelepel kaneel
  • zakje gedroogde gist (7 gram) of verse gist (21 gram)
  • zonnebloemolie om in te bakken
  • 1 appel (Jonagold)
  • 100 gram rozijnen
  • 50 gram krenten
  • 1/2 citroen

Laat het ei en de melk op kamertemperatuur komen. Houd 1 eetlepel van de bloem apart voor de vulling. Doe de rest van de bloem in een beslagkom samen met de gist, suiker, zout, kaneel en het ei.  Schenk al roerend met een houten lepel (mixer kan ook) beetje bij beetje de melk erbij en blijf roeren (of kloppen) tot een glad beslag ontstaat.

Schil de appel en snij deze in kleine blokjes. Rasp de schil van de citroen en pers deze uit. Meng de appel, rozijnen, krenten met het citroen sap + rasp door elkaar samen met 1 eetlepel bloem en voeg dit toe aan het beslag.

Dek de kom af met vershoudfolie en laat het oliebollenbeslag op een warme, tochtvrije plaats 1 uur rijzen, tot het volume verdubbeld is. Zelf doe ik dit in de oven door deze op 40 °C voor te verwarmen. Op het moment dat het beslag erin gaat zet ik de oven uit.

Verhit in een frituurpan de zonnebloemolie tot 180 °C. Met een korstje brood kun je testen of het warm genoeg is en niet te heet. Schep bolletjes uit het gerezen beslag en laat deze  in de hete zonnebloemolie glijden. Frituur 4-5 oliebollen tegelijk in ca. 5-7 min. goudbruin en gaar. Keer de oliebollen halverwege de baktijd, als ze dat niet vanzelf doen. Neem de bollen met een schuimspaan uit de olie en laat ze uitlekken op keukenpapier.

Update 31-12-13:

In plaats van gedroogde gist kun je ook verse gist gebruiken. Dan heb je geen last van een beetje gistige nasmaak. Verse gist moet je eerst oplossen in lauwe melk (pas op dat je deze niet te warm maakt, dan rijst je beslag niet meer goed) en verder is de bereiding van het beslag hetzelfde. De meningen over de verhouding gedroogde gist en verse gist zijn verdeeld. Ik heb 1:3 aangehouden zoals beschreven in “Bakboek – de klassiekers” van Eric van den Hende, maar 1:2,5 wordt ook vaak beschreven.